Gebrekkige motivering alleen te passeren indien belanghebbende daardoor evident niet wordt benadeeld.

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de 'Afdeling') heeft vorige week geoordeeld dat motiveringsgebreken slechts dan kunnen worden gepasseerd wanneer een belanghebbende daardoor "evident" niet in zijn belang wordt geschaad:

" Toepassing van artikel 6:22 van de Awb is mogelijk indien aannemelijk is dat de belanghebbende door het gebrek in het bestreden besluit niet is benadeeld. Een gebrek dat herstel behoeft, leent zich in beginsel niet voor toepassing van deze bepaling. In gevallen waarin van het bestuursorgaan een bepaalde actie is vereist om het gebrek weg te nemen, kan er immers niet zonder meer van worden uitgegaan dat belanghebbenden door het gebrek niet zijn benadeeld. Alleen indien evident is dat belanghebbenden door het gebrek niet zijn benadeeld, kan bij het bestaan van een dergelijk gebrek toepassing worden gegeven aan artikel 6:22 van de Awb".

Waar regelmatig een dergelijk motiveringsgebrek al te makkelijk werd gepasseerd, heeft de Afdeling hiermee een koers ingezet die het bestuursorganen minder makkelijk wordt gemaakt om besluiten ondeugdelijk te motiveren in het vertrouwen daar bij de bestuursrechter toch wel mee weg te komen. Het bestuursrechtelijke speelveld wordt hiermee iets gelijkwaardiger gemaakt.

https://www.raadvanstate.nl/uitspraken/zoeken-in-uitspraken/tekst-uitspraak.html?id=98101&summary_only=&q=

https://www.linkedin.com/post/edit/6498860558262038528

 

Laatste Blog