Gemeenten en online aangejaagde verstoringen van de openbare orde.

Al een tijd weten criminelen de krochten van het internet te vinden om hen te helpen bij het plegen van strafbare feiten. Ook tijdens de lockdown verschuiven strafbare feiten zich naar het internet. Zo is ‘coronacriminaliteit‘ (bv. phishing) steeds populairder, omdat het niet fysiek gepleegd hoeft te worden. Tegenwoordig kan ook de digitale verstoring van de openbare orde aan dit lijstje worden toegevoegd. Hoe dat werkt, wat de gevolgen zijn en hoe gemeenten hiertegen kunnen optreden leest u in dit artikel.

Over de digitale verstoring van de openbare orde zijn (nog) geen regels opgenomen in de wet. Om toch een beeld te krijgen van dit fenomeen kijkt men naar de fysieke variant. Wat een verstoring van de openbare orde precies inhoudt staat niet in de wet beschreven. Wel staat er in artikel 172 van de Gemeentewet:

Lid 1 De burgemeester is belast met de handhaving van de openbare orde.
Lid 2 De burgemeester is bevoegd overtredingen van wettelijke voorschriften die betrekking hebben op de openbare orde, te beletten of te beëindigen. Hij bedient zich daarbij van de onder zijn gezag staande politie.
Lid 3 De burgemeester is bevoegd bij verstoring van de openbare orde of bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, de bevelen te geven die noodzakelijk te achten zijn voor de handhaving van de openbare orde.
Lid 4 (…)

Hieruit blijkt dat de burgemeester verantwoordelijk is voor de handhaving van de openbare orde. Hij kan hierbij de hulp van de Politie inschakelen. Ook staat dat specifiek genoemd in artikel 25 van de Ambstinstructie voor de Politie. In de artikelen 172 t/m 176a van de Gemeentewet staan verdere bevoegdheden van de burgemeester bij een verstoring van de openbare genoemd. Een voorbeeld is het opleggen van een gebiedsverbod en meldplicht aan hooligans tijdens voetbalwedstrijden. Tot slot staan in het Wetboek van Strafrecht Titel II en Titel V over respectievelijk overtredingen en misdrijven tegen de openbare orde.

Wat is verstoring van de openbare orde?

Wat gemeenten specifiek onder verstoring van de openbare orde verstaan, staat vaak omschreven in de Algemene Plaatselijke Verordeningen (APV’s). Zo is hoofdstuk 2 van de APV Utrecht gewijd aan de openbare orde. In artikel 2.2 van die regeling staat dat verstoring van de openbare orde inhoudt:

het op of aan een openbare plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw, op enigerlei wijze:
a. de orde verstoren;
b. zich hinderlijk gedragen;
c. vechten;
d. deelnemen aan een samenscholing;
e. onnodig opdringen; of
f. door uitdagend gedrag aanleiding geven tot wanordelijkheden.

Verstoring van de openbare orde, kan dus verschillende vormen aannemen. Het hangt ook af van de tijd waarop, plaats en vorm waarin de openbare orde wordt verstoord. Dat kan voor iedere gemeente anders zijn. In grote lijnen gaat het op een of meerdere overtredingen van het strafrecht en de APV's. Denk bijvoorbeeld aan het sprekende recente voorbeeld van de relschopppers tijdens de avondklok. Maar onder bepaalde omstandigheden kan ook het leggen van bloemen op een begraafplaats de openbare orde verstoren. Volgens de Hoge Raad is een wetsovertreding niet per se verplicht, maar er moet wel sprake zijn van een verstoring van de 'normale gang van zaken'.

Wat is digitale verstoring van de openbare orde?

Nu in grote lijnen duidelijk is wat de fysieke openbare orde is, moet men zich afvragen wat de digitaal aangejaagde vorm inhoudt. Ook hier is geen eenduidig antwoord op, omdat de wet het begrip niet noemt. In de literatuur noemt men twee vereisten voor de digitale openbare orde. Zo moet er sprake zijn van 1. een technologie waarmee kan worden gecommuniceerd (internet) en 2. interactie (tussen mensen). Die interactie tussen mensen maakt uiteindelijk de internetsamenleving. Ook daar zijn regels zoals de netetiquette voor e-mails, fora, websites en sociale media. Uiteindelijk is de menselijke interactie online of offline niet anders. Nog steeds gelden dezelfde waarden en normen.

Hierdoor is de openbare orde niet zo veel anders dan de digitale variant. Een knelpunt is wel waar de openbare orde digitaal wordt verstoord. Burgemeesters kunnen alleen in hun eigen gemeenten handhavend optreden. Wat als iemand uit Rotterdam in een Facebookgroep voor inwoners van Enschede zorgt opruiing? Waar heeft de digitale aanjaging van de verstoring dan plaatsgevonden en wie mag er dan handhaven? Dit wordt onder volgende kop besproken.

Voorbeelden

Digitale verstoring van de openbare orde begint vaak via social media. Een bericht plaatsen in een WhatsAppgroep, het aanmaken van een Facebookevenement of het plaatsen oproep op Twitter. Zo heeft sexting waarbij foto's of filmpjes in verkeerde handen vallen en worden verspreid, offline enorme gevolgenDenk ook aan Project X in Haren waar een pubermeisje haar verjaardagsevenement per ongeluk op openbaar zette. Vervolgens kwamen duizenden mensen naar Haren om te rellen. In dit geval begint de verstoring online en eindigt deze offline, maar andersom is ook mogelijk.

Denk aan de treitervloggers die offline beginnen en een filmpje online zetten. Daarna begint de onrust online en ook die kan weer overslaan naar de offline wereld. Ook het verhuizen van een pedoseksueel naar een gemeente en de online verbazing daarover is een voorbeeld. Ook kan de digitale verstoring alleen online plaatsvinden. Denk aan ruzie's met betrekking tot de zwartepietendiscussie waarbij tegenstanders elkaar online pesten.

Het lastige hieraan is dat burgemeester voor de online handhaving vaak geen specifieke bevoegdheden heeft. Dat terwijl discussies en reloproepen via internet razendsnel worden verspreid en escaleren. Hoe burgemeesters kunnen optreden wordt onderaan dit artikel besproken.

Wat zijn de gevolgen van digitale verstoring van de openbare orde?

Zoals fysieke verstoring van de openbare orde zorgt voor onrust in een gemeenschap doet verstoring van de digitale openbare orde dat ook. Een voorbeeld deed zich eind 2020 voor bij pedojagers die online personen ontmaskeren. Een filmpje van de ontmaskering wordt geplaatst op social media en binnen enkele uren denkt de hele buurt dat er een pedofiel bij hun woont. In Zwolle drongen mensen zich op bij het huis van een vermeende pedofiel. Die persoon moest op een schuiladres wonen en de ramen van zijn woning werden dichtgetimmerd. In Nederland is eenieder onschuldig tot het tegendeel bewezen is. Door deze actie is de vermeende pedofiel al aan de (online) schandpaal genageld.

De onrust in de buurt, de smaad (of laster) en inzet van politie zijn een aantal gevolgen van digitale verstoring van de openbare orde. Daarnaast komt ook de veiligheid van (individuele) burgers in het gedrang. Burgers nemen het heft in eigen hand waardoor overheden andere burgers niet altijd snel en effectief genoeg kunnen beschermen. De digitale wereld maakt ook dat verstoring van de openbare orde sneller kan plaatsvinden. Oproepen op internet en sociale media zijn voor iedereen te lezen. Men kan snel een groep bij elkaar trommelen en de gemeentelijke grenzen worden daarbij niet geschuwd.

Hoe kunnen overheden optreden tegen digitale verstoring van de openbare orde?

Dat een digitale verstoring van de openbare orde een buurt, gemeenschap of samenleving raakt is duidelijk. Ook bedrijven en overheden kunnen hiervan de gevolgen voelen. Denk aan het eerder aangehaalde voorbeeld van de avondklok relschoppers die binnensteden verwoestten waardoor ondernemers veel schade opliepen. Of aan de Universiteit van Maastricht die door een cyberaanval op hun computersysteem twee ton aan losgeld betaalde. Hoe kunnen overheden deze verstoring zo snel mogelijk in de kiem smoren?

Overheden

Strafrecht

Feiten die in de digitale wereld worden gepleegd, kunnen strafbaar zijn. Denk daarbij aan opruiing, bedreiging, smaad of laster. Recent zijn mensen hiervoor veroordeeld. Wanneer er dergelijke feiten plaatsvinden, is het aan politie en openbaar ministerie om hierin het voortouw te nemen.

Bestuursrecht

Zoals eerder beschreven is een burgmeester binnen de gemeente verantwoordelijk voor het handhaven van de openbare orde. Hij kan hierbij gebruikmaken van al zijn bevoegdheden uit de Gemeentewet. Ook kan in de APV worden opgenomen dat verstoring van de openbare orde ook geldt voor virtuele omgevingen. Hierdoor kan de burgemeester zijn 'offline bevoegdheden' inzetten na een digitale verstoring van de openbare orde. Zo blijkt uit onderzoek dat burgemeesters preventief handelen door organisatoren van online oproepen tot verstoring aan te spreken. Zij maken dan afspraken of dreigen met sancties.

Hoewel de juridisch afbakening en voorwaarden er nog niet liggen zou een digitaal gebieds- of contactverbod een mogelijke troef kunnen zijn. Zo zouden bekende relschoppers een bepaalde tijd geen sociale media mogen aanmaken of zich niet in bepaalde online groepen mogen begeven. Een dergelijk middel zou daarentegen op gespannen voet kunnen staan met de vrijheid van meningsuiting en het recht op privacy.

Preventief handelen kan wanneer men online al dan niet pro-actief 'lucht krijgt' van een aanjaging. Deze zogenaamde vroegsignalering is (nog) niet wettelijk geregeld. Anders dan in het strafrecht zijn vormen van digitale observatie of infiltratie niet geregeld. Mag het dan omdat het niet is verboden of mag het juist niet omdat het niet is toegestaan. Het zou goed zijn wanneer daar een wettelijke grondslag voor komt. In de tussentijd is het een grijs gebied.

Civiel recht

Een andere manier om digitale ordeverstoring aan te pakken, is het civiele recht. Zo kunnen ordeverstoorders via een kort geding worden aangesproken wanneer hun uitlatingen onrechtmatig zijn. De voorzieningenrechter kan dan uitspreken dat de digitale oproepen gestaakt worden en blijven. Met een dergelijk vonnis kunnen digitale platforms vervolgens worden gesommeerd om berichten te verwijderen of sommige personen te weren. Dit is een methode die snel, preventief en effectief kan zijn. Daarnaast kan via de civielrechtelijke weg ook de schade worden verhaald op de relschoppers, maar ook op de organisatoren van online opstanden.

Integraal

Er is niet één manier die op voorhand de beste is. Sterker nog, het zal vaak de gecombineerde inzet zijn van bovengenoemde methoden zijn die tot het beste resultaat leidt. De driehoek burgemeester, officier van justitie en politie is dan ook de beste plek om van geval tot geval te bekijken en af te spreken welke aanpak het beste is. Het is verstandig om op voorhand al na te denken over wat te doen in geval van bepaalde scenario’s.

Conclusie

De fysieke en digitale wereld zijn enorm met elkaar vervlochten. Waar je vroeger bij verstoring van de openbare orde aan vernielde bushokjes dacht, is dat nu met cyberaanvallen en pedojagers wel anders. De gevolgen kunnen voor individuele burgers en overheden enorm zijn. Het is belangrijk dat burgermeesters verantwoordelijk voelen om de digitale openbare orde te handhaven. Uiteraard zal per geval en gemeente moeten worden bekeken wat de meest effectieve aanpak is.

Advies inwinnen?

Heeft u na het lezen van dit artikel vragen of wilt u advies in uw zaak? Neem hier vrijblijvend contact op met Cees van de Sanden. Hij denkt graag met u mee.

Lees ook:

Het belang van een integrale aanpak

Let op: Coronaboete leidt tot strafblad!

Laatste Blog