Kluwer Bouwrecht, 15/1/2013

 

De rechtbank heeft niet onderkend dat met de opgelegde last, volgens welke de verkoop van motorbrandstof aan particulieren moet worden gestaakt, voor [appellante] onvoldoende duidelijk is op welke wijze daaraan kan worden voldaan. Daartoe is van belang dat voor [appellante] niet is vast te stellen welke bezoekers van het tankstation als particulier brandstof tanken en welke niet. Het is immers mogelijk dat een personenauto bedrijfsmatig wordt gebruikt. Evenmin is uitgesloten dat een vrachtauto voor particuliere doeleinden wordt aangewend. De door het college voorgestelde maatregel, te weten het vervangen van de low speed tankpistolen door high speed tankpistolen, heeft niet tot gevolg dat aan de last wordt voldaan, aangezien daarmee het tanken van brandstof door particulieren niet wordt verhinderd. Verder wordt in aanmerking genomen dat het college bij het opleggen van de last onder dwangsom heeft gesteld dat bij het tankstation uitsluitend vrachtauto’s mogen tanken die vallen onder de definitie die is neergelegd in art. 1art. 1 onder ao RVV, te weten ‘een motorvoertuig, niet ingericht voor het vervoer van personen, waarvan de toegestane maximum massa meer bedraagt dan 3.500 kg’. Bij het verlenen van de vrijstelling en bouwvergunning aan [appellante] voor het oprichten van het tankstation heeft het college de vrijstelling niet beperkt tot dit type vrachtauto. Vaststaat dat er aan de vrijstelling geen voorwaarden zijn verbonden over het gebruik van het tankstation en dat het begrip ‘vrachtauto’ hierin niet nader is omschreven. Voor het oordeel dat in zoverre bij de oplegging van de last is aangesloten bij voormelde vrijstelling bestaat derhalve geen grond.

Laatste Publicaties